Artikelindex

Maandag 3 mei 11.35 (East American time)

Eindelijk mijn gedachten opschrijven. Het stressen de laatste weken, de onrustige laatste dagen, bijna ruzie op het vliegveld met een rechtlijnige employee van United Airlines. Het is over. Na een ontroerend afscheid van de buren zijn we aangefietst richting station Eindhoven. Relaxed en mooi op tijd. Nauwelijks gezeten, wie komt daar binnen? Mijn studiereis maatje Sybold en zijn vrouw Anne-Marie. Ja we gaan een dagje lopen, leuk wij gaan fietsen. Annelies heeft het in het vliegtuig ook prima naar haar zin na de maaltijd besprenkeld met een heerlijk glas wijn. Ook al had haar gesprek met de Amerikaanse buurvrouw niet het legendarische "Enough is enough" niveau van 1992, ze moesten toch samen hartelijk lachen om de Sigmund Freud strip in de volkskrant.

Dinsdag 4 mei 20.00 uur

Daar zitten we dan te schrijven, gezeten aan de picknick tafel op onze eerste camping. Gezeten aan de oevers van Jamesriver, begeleid door een koor van krekels. Hoezo jetlag? Toen we gisteren om 11.00 's avonds naar bed gingen dacht ons lichaam dat het 5.00 's morgens was, en toen we om half zeven onder de douche stonden was het half een. Onze kinderen zijn niet anders gewend als ze een avondje gaan stappen. Behalve dat iedere fietser die we vandaag tegengekomen zijn enthousiast begon te zwaaien, hebben we op deze camping de eerste "Coast to Coast" collega's ontmoet. Twee mannen uit Winsconsin respectievelijk Florida .Ze hebben in Yorktown afgesproken via ons aller internet. Het zijn Larry en Paul. Ook hebben we vandaag ons eerste contact met de plaatselijke overheid gehad. Het was een agent die vroeg of we hulp nodig hadden maar eigenlijk bedoelde: Zou u uw boterham niet op het grasveld van de school willen nuttigen. De Chesapeake bay in Yorktown was mooi en de vogels waren talrijk. Alleen jammer dat het midden op de dag was en niet bij zonsopgang. Ik kon me desondanks goed voorstellen dat de componist geïnspireerd werd om het gelijknamig nummer te schrijven wat op het repertoire staat van ons korps. Het is ondertussen half negen geworden en donker, laten we maar naar bed gaan.

Vrijdag 7 mei 13.40 uur

Vandaag een voorproefje van de heuvels die ons nog te wachten staan. De 80 km echter die we vandaag willen overbruggen lukken ons wel. Als we maar op  tijd vaart maken tijdens de afdalingen. Dat kun je niet zeggen van ons maatje Larry. We haalden hem in na 40 km, terwijl ruim een uur later vertrokken waren. Op voorstel van Annelies zetten we de wekker op half zes in plaats van half zeven. Dan hebben we nog meer dan vandaag de tijd om tussenstops te maken. Een overblijfsel uit de slaventijd is het groot aantal plantages. Een ervan hebben we bezocht. Het huis van de voormalige president John Tyler.  Leuke bijkomstigheid was dat we enkele weken later in een motel op een van de thema kanalen een uitvoerige uitzending over dit prachtige landhuis zagen. Als halteplaats hadden we de betreffende woensdag het grasveld achter de kerk van Glendale. Met uit zicht op het naastgelegen kerkhof. Met de pastor hebben we onze eerste emailadres uitwisseling gehad. De dag daarop hadden we een betrekkelijk korte etappe van 50 km. Dat was maar goed ook, nu hadden we wat meer tijd voor de o zo belangrijke intermenselijke contacten. Eerst passeerden e een voortsjokkende hiker. Even later gezeten in een Convience Store (een soort buurtwinkel met cafetaria faciliteiten) komt de zelfde jongen ook binnen. Hij bleek een masters degree in engels te hebben en had 'n aantal  in Korea en Japan les gegeven. Onze weg vervolgend zagen we in het plaatsje Mechanicsville  'n Elementary  school. Zullen we of zullen we niet? We zullen sprak Henri het verlossende woord. Op onze vraag of we een email naar huis konden sturen werd heel enthousiast gereageerd. Tal van collega's en ook een digitale camera werden gemobiliseerd. Ook de principal was zeer vereerd met ons bezoek. Ook nu weer werden er adressen uitgewisseld.

Vrijdag 19.15 uur

De tent opgezet en voldaan na een avondmaaltijd bestaande uit dikke instantsoep, brood, bier en een halve appel. Koffie met koek na. Men zegt ooit dat is niet te filmen dus laat ik onze camera maar in de tent liggen. Maar als ik straks oud en versleten ben moet ik toch kunnen vertellen wat we op de Rock Branch camping meemaakten. Dus toch maar een poging om het op schrift te zetten. Nu weet ik waar Jerry Springer zijn publiek vandaan haalt. 'n Schitterend gelegen camping gelegen aan het water, met nergens een bord of aanwijzing van hoe of wat. Na lang wachten komt er uiteindelijk een jonge vent die 18 dollar in ontvangst neemt. Toch wel een wereldse prijs. Ondertussen pak ik mijn warme blikje bier en vraag of het even in de koeling van de kampwinkel kan. Die is kapot maar leg het maar in mijn diepvries tussen de biefstuk. Ondertussen kennis gemaakt met 'n soort Ma Flodder die weer de grootmoeder blijkt te zijn van wat spelende kleine kinderen. Ondertussen komt er een pick-up binnen rijden met daarop een doos vol kakelende kippen. (hobby van overgrootmoeder). Na een uur of wat op en neer geschreeuw verdwijnen de kippen in een hok. Waarna als tegenprestatie een tweedehands tandem in de laadbak van de auto belandt. De dochter van Ma Flodder informeert ondertussen of we al ingecheckt hebben. De almaar brandhout opstapelende man is een oorlogsveteraan te zijn die in Normandië is geweest. Ook zijn vrouw de blootsvoets in rosé pyjama geklede kippenfokster heeft ondertussen met ons kennis gemaakt. Als we willen gaan douchen stellen we dat toch maar een dag uit, gezien de staat van het toilet gebouw. Ondanks de vloerbedekking.

Zondagavond 9 mei

Het is alweer een week geleden dat onze fietsen startklaar stonden in de serre, gepakt en gezakt. En nu staan ze weer binnen, tegenover me. Zittend op mijn gerieflijke motelbed. De vorige dag hebben we onze tot dusver langste maar ook zwaarste etappe gereden. 110 km van Glendale tot Charlotville. Leken de voorgaande dagen nog op een fietstocht door de Veluwe zoom, gisteren was het voortdurend hollen of stilstaan. Gisteren troffen we Larry een van onze internettende fietsvrienden. Hij stond wat mistroostig voorover gebogen een kaart te schrijven met als tekst:
Need a ride to Charlotteville
Hij had opgegeven en wilde vanaf Charlotteville met de trein naar huis. Wij gingen verder en na 54 km na weer een heuvel  vroeg Annelies aan een gras maaiende man of we onze bidons mochten vullen. Ofcourse for sure. Rust meteen even uit in de schaduw onder de grote boom raadde hij ons aan. Uiteraard moesten we de vraag beantwoorden: Where you come from? Binnen de kortste keren bood hij ons aan onze internet brieven bus leeg te maken. De gastvrijheid die ons ten deel viel sloeg werkelijk alles. Toen we na een uur weer vertrokken hadden we behalve vers water ook nog Orange Juice, Ice cream en sandwiches gehad. En dat alles in ruil voor een korte cursus internet. Tegen vijf uur hebben we een lekkere kotelet gegeten in een eenvoudig restaurant. Daarna fietsten we verder door het immer groene Virginia. Ondertussen ging de zon steeds lager staan. Zouden we er voor donker zijn? Rond acht uur reden we Charlotteville binnen. Jammer dat we zo moe waren en nog geen slaapplaats hadden want er hing een gezellige sfeer (welhaast europees) in het centrum van de stad. Maar verder waren de goden met ons. Het eerste de beste hotel in 29th street was vacancy. 
Vandaag zaten we pas om kwart voor negen op de fiets. Het leek wel of we lood aan onze schoenen hadden, zo traag ging het. Na 20 km kregen we eindelijk de cadans te pakken. En dat was nodig na de nog steilere hellingen dan gisteren. Toen we dan ook na een langdurige klim van enkele kilometers bij de ingang van de "Blue Ridge Parkway" aankwamen hadden we even tijd nodig om bij te komen. Gelukkig is het vandaag moederdag, zodat Annelies op het lumineuze idee kwam haar als cadeau een kamer in het nabijgelegen motel te geven. Zodoende hebben we nu de tijd gehad om uitgebreid met de receptionist te kletsen. Deze vriendelijke, met een heerlijk zuidelijk accent gezegende man kon heerlijk vertellen. Lief dagboek ik ga nu slapen, morgenochtend om half zes gaat de wekker.

Dinsdag 11 mei 19.25

Het was vandaag weer een dag uit duizenden; zoveel leuke mensen, mooie natuur, email van Eveline en tot slot een perfecte camping. Vanmorgen om zeven uur zaten we al op de fiets, lange broek aan en overhemd met lange mouwen. Niet omdat het zo koud was, maar ik heb me namelijk voor het eerst sinds jaren verbrand. Dat heb ik volgehouden tot 12 uur 's middags. Na ongeveer 50 km kwamen we in het stadje Buchannan aan. Daar hebben we lekker gegeten. En ja hoor ook hier had de eigenaar Europese familie banden. Als jonge jongen was hij, vanuit Duitsland met zijn ouders naar Amerika gekomen. Tweehonderd meter verder was een bibliotheek met zomaar vier computers waarmee we het internet op konden. Hier hebben we op ons gemak de internet adressenlijst bijgewerkt. Ook werden we verblijd met een brief van Eveline. Amerika is en blijft het land van de onbegrensde mogelijkheden, in tal van opzichten. Wachtend in de schaduw bij het plaatselijke postkantoor had ik al twee keer mensen binnen zien gaan en ook weer weg. Van annelies daarentegen niets te bekennen. Wat blijkt, al wachtende krijgt ze een telefoon in haar handen gedrukt met aan de andere kant van de lijn een vriendin van de lokettiste. Die had namelijk een Nederlandse grootmoeder. O how need, what funny. Het was maar goed dat de camping dichterbij lag dan we gedacht hadden. Onderweg bij de zoveelste zacht kabbelende beek raakten  we in gesprek met de eigenaar van het aangelegen huis.  De Blue Ridge Parkway gisteren was werkelijk schitterend. Gelukkig hadden we een zak oud brood, 2 blikjes sardines en een paar liter water bij ons. Anders was het 50 km lange traject, waarbij we het 1100 m hoge Apalachen gebergte overstaken, te moeilijk geweest. Joe Mann paviljoens of cafetaria's waren nergens te vinden evenals dorpjes of andere nederzettingen. Een voordeel is verder ook dat het vakantie seizoen nog niet echt begonnen is. Dat heeft tot gevolg dat het sfeertje van rust wat er 's morgens om half acht hangt lang bewaart blijft.

Donderdag 13 mei

Kwart voor zes opgestaan op onze camping in Christiansburg, en om half acht zaten we op de fiets. Meteen het "country style" restaurant, met de wervende titel: All you can eat van gisteren op gezocht. We hebben daar een afschuwelijk overdadig ontbeten, indachtig het gezegde:

·        's morgens   als een keizer

·        's middags als een koning

·        's avonds als een bedelaar

De eerlijkheid gebied te zeggen dat  de laatste twee onderdelen niet helemaal zo letterlijk opgevolgd zijn. Voor de volledigheid, onderstaand overzicht is alleen mijn energievoorraad.  

3 sausages

2 mini hamburgers

8 pieces of corn

3 biscuits met gravy

4 schijfjes rookworst

2 mokken koffie

Scrambled eggs

Watermeloen

Ananas

Ondertussen hebben we ook voor de eerste keer kennis gemaakt  met de kracht van de elementen. We reden al enige tijd volgens het ook in Nederland bekende stramien regenpak aan, regenpak uit. Dit duurde enige tijd totdat de druppels zo groot en de lucht zo dreigend, dat we onderdak zochten. Bij een van de vele van een mooie waranda voorziene houten huizen installeerden we ons op de schommelbank. Regent het kwam na enige tijd een oude (dove) mevrouw ons vragen. Ook dat, maar wij waren toch meer geschrokken van de bliksem inslag op nauwelijks 10 meter van haar woning. Het stonk vreselijk naar verbrand rubber, en ook de stoomwolken hadden wel iets mysterieus. Een heel ander soort gastvrijheid ondervonden we gisteren. Terwijl we ons net hadden neergevlijd in de berm om even bij te komen van de door ons geleverde inspanning kwam er een, naar wij dachten, vriendelijke grijsaard op ons af. We hadden ons al ingesteld op de traditionele vraag of we iets nodig hadden; koel water of anderszins. Maar niets van dat alles. Het was de dominee van het achter ons gelegen kerkgebouw die ons een folder in de hand drukte met daarop een aantal zinsneden uit de bijbel. Mooi voor onderweg. Een klein beetje wereldvreemd net als de koeien onderweg die we wilden filmen terwijl ze met z'n allen aan het drinken waren in een grote poel. Wat waren ze  weg toen ze ons zagen.

Zaterdag 15 mei 17.00 uur

"Keep Virginia green'' zie je regelmatig langs de weg staan op grote overduidelijke borden. Nou daar hoeven de Virginianen zich geen zorgen over te maken. Na de druppels van donderdagmiddag hebben we gisteren 100 van de 120 km in regenpak gefietst. Daarom is Virginia dus zo groen. Maar het laatste gedeelte van deze monsteretappe maakte alles weer goed. Een zonnetje dat alsnog voorzichtig haar kop op stak, als maar afdalen (max. snelheid 63 km/h) en een concert van vogelgeluiden in een schitterend woud. Ook het traditionele abenteur van Annelies kwam steeds dichterbij. Tegen half negen kwamen we aan in Damascus waar we spoedig de methodisten kerk vonden waar we een gratis overnachting zouden hebben. Alleen jammer dat er juist dit weekend  de traditionele Apalachen day's voor hikers gehouden werden. Bij aankomst zagen we al tal van rugzak en eetlepel voorziene wandelaars, alsof het een parade in Valkenburg was. Geen plaats meer in de herberg voor ons dus. Dan maar doorrijden tot we een lege schuur vinden. Uiteindelijk viel de keus op een oud koloniaal huis waar we nederig vroegen of we onze matjes in de garage mochten leggen. Uiteindelijk belanden we in de woonkamer op een speciaal voor ons neergelegd matras. De alleraardigste reeds in nachtkleding gestoken weduwe wenste ons een goede nacht en toog weer naar boven. Het speciaal voor ons gemaakte ontbijt de volgende morgen smaakte overigens voortreffelijk. Uiteraard kwam deze dame in aanmerking voor het klompje van verdienste. Die stevige maaltijd bleek later een goede basis voor een klim van de eerste categorie. Een voordurende klim met een lengte van 6 km waarbij we 500 meter stegen. Na een verder kalme rit werden we tegen 4 uur gastvrij ontvangen bij de United Methodist Church van Elk Garden. Zoals gebruikelijk bij onze bezoeken aan Amerika drink ik meer Cola dan bier. Zodoende heb ik de afgelopen drie dagen geen druppel alcohol gehad, ook niet een uur geleden tijdens de maaltijd in het nabijgelegen "restaurant". Maar nu ben ik de schade in aan 't halen. Achter mij het kerkgebouw, naast mij een grote zak chips en een literse fles bier en voor mij de hoge heuvels, die we vandaag bereden hebben.

 Live coudn't be better.

Het is tot nu toe een geweldige vakantie, wat wel irritant is,  zijn de blaffende honden bij elk losstaand huis. En dan te bedenken dat Kentucky wat dat betreft een nog veeel slechtere naam heeft. Maar we laten ons humeur er niet door bederven.